Behandel een harde overtuiging over jezelf als een zaak die voor de rechtbank komt. In een strafzaak spreken we van aanklager en verdediging; in een civiele zaak van eiser en gedaagde; in verzoekschriftprocedures (bijvoorbeeld bij echtscheiding of ontslag) van verzoeker en verweerder. Wat de zaak ook heet: verzamel bewijs van beide kanten, laat ze elkaar in het kruisverhoor bevragen, en laat de rechtbank een eerlijk en werkbaar oordeel vellen. Sta je nog niet achter dat oordeel? Ga in hoger beroep.
%
Bewijs van de aanklager (vóór)Alle feiten die de aanklacht lijken te steunen — nog zonder tegenspraak. In een strafzaak voert de aanklager (officier van justitie) dit aan; in een civiele zaak de eiser, en bij een verzoekschrift de verzoeker. Voorbeeld: „Ik ben twee keer gezakt voor mijn rijexamen.”
Bewijs van de verdediging (tegen)Feiten die de aanklacht ontkrachten of nuanceren — ook kleine, alledaagse dingen tellen mee. In een strafzaak is dit de verdediging (advocaat namens de beklaagde); in een civiele zaak de gedaagde, en bij een verzoekschrift de verweerder. Voorbeeld: „Ik heb mijn opleiding afgemaakt en help geregeld anderen.”
%
Hoger beroep — nieuwe bewijslast en herbeoordeling