Je rijdt in een wagon die je helemaal voor jezelf hebt — de laatste van een lange trein. Het plafond is een koepel van gekleurd glas, en ook de wanden zijn van glas, zodat het lijkt alsof je in de buitenlucht bent en door het platteland vliegt. Aan de andere kant staat een pluchen bank met twee goed gestoffeerde stoelen ertegenover, en een salontafel in het midden — compleet met je favoriete tijdschriften. Je zinkt diep weg in een van de stoelen, duwt je schoenen uit en legt je voeten op de tafel. Buiten trekt een voortdurend terugwijkend panorama voorbij: bergen, bomen, besneeuwde toppen, een meer glinsterend in de verte. De zon is bijna onder en de hemel is in paarse en rode tinten geverfd, gevuld met enorme rood-oranje wolken. Al kijkend ga je mee in het ritme van de ratelende wielen en voel je het zachte wiegen van de schommelende trein.