Neerwaarts. Kies één concreet moment waarop de spanning, somberheid of boosheid opkwam en noteer de eerste gedachte. Neem die gedachte even voor waar aan en beantwoord de vragen van boven naar beneden; elk antwoord is het vertrekpunt voor de volgende vraag. Onderaan staat meestal een harde zin over jezelf, anderen of de wereld — wees daar mild over: het is een oude conclusie, geen feit.
Betekenis vraagt per laag wat de gedachte zegt over jou, anderen en de wereld. Eén vraag stelt zeven keer dezelfde vraag: stel dat het waar is wat je denkt, wat zou dat betekenen?
Opwaarts. Hetzelfde met iets dat goed ging. Van onder naar boven vraag je door wat het betekent als dát waar is — bovenaan komt vaak een positieve overtuiging of waarde te staan.