Historische toets

Onderzoek of een overtuiging over jezelf echt in elke levensfase al klopte. Beschrijf per fase wat normaal en passend is voor die leeftijd, en verzamel bewijs voor en tegen — zo krijgt je zelfbeeld meer nuance.

%
Waar haal je bewijs vandaan?
Toets per fase wat er van jou verwacht mocht worden voor die leeftijd, langs drie vragen.
Kunnen — wat kon een kind van die leeftijd al zelf, en wat nog niet?
Moeten — wat was jouw verantwoordelijkheid, en wat die van de volwassenen om je heen?
Verwachting — wat mocht een volwassene redelijkerwijs van een kind van die leeftijd verwachten?
Zoek concreet bewijs in herinneringen, verhalen van anderen, foto's of wat je nu weet over kinderen van die leeftijd. De eerste twee fasen (0–6 en 6–12 jaar) wegen meestal het zwaarst: daar worden kernovertuigingen gevormd.
0–6 jaar
Waar vind je bewijs voor deze fase?
Foto's, verhalen van ouders, grootouders of oppas, en je medisch dossier. Denk ook aan wat je nu weet over peuters en kleuters. Voorbeeld: een kind van drie kan zichzelf nog niet troosten of reguleren — dat "moest" jij toen dus ook niet kunnen.
6–12 jaar
Waar vind je bewijs voor deze fase?
Schoolrapporten, een oude juf of meester, klasgenoten of vriendjes van toen, en hoe kinderen van die leeftijd zich nu gedragen. Voorbeeld: fouten maken met rekenen hoort bij leren, niet bij "dom zijn".
12–18 jaar
Waar vind je bewijs voor deze fase?
Dagboeken, oude berichten of foto's, vrienden van toen, en wat je nu weet over normaal pubergedrag. Voorbeeld: grenzen opzoeken en botsen met je ouders is passend gedrag voor deze leeftijd, geen bewijs dat je "lastig" bent.
18 jaar en ouder
Waar vind je bewijs voor deze fase?
Wat je nu zelf van dichtbij ziet, feedback van mensen die je vertrouwt, en de keuzes die je de afgelopen jaren maakte. Voorbeeld: hulp durven vragen is een teken van kracht, niet van falen.
%

Opgeslagen werkbladen